15 veelgestelde vragen voor ouders over het M-decreet

Bron: Theo Mardulier, adviseur Departement Onderwijs en Vorming in 

  1. Waarom moet mijn kind zoveel mogelijk in het gewoon onderwijs blijven?
     
  2. Wat verandert er concreet?
     
  3. Blijft het buitengewoon onderwijs bestaan?
     
  4. Zal mijn kind wel goed genoeg geholpen kunnen worden in het gewoon onderwijs?
     
  5. Hoeveel leerlingen met een beperking zullen er bijkomen in de klas van mijn kind?
     
  6. Wordt het niveau niet lager als er kinderen met een beperking bijkomen? Zal de leraar nog wel aandacht kunnen hebben voor gewone kinderen?
     
  7. Kinderen met een beperking krijgen meer ondersteuning in een buitengewone school. Voelen ze zich daar niet beter en minder gefrustreerd?
     
  8. Krijgen leerlingen die een individueel leertraject volgen een A-attest?
     
  9. Wat gebeurt er met het type 1 en type 8?
     
  10. Hoe gebeurt de doorverwijzing van een gewone naar een buitengewone school?
     
  11. Wanneer mag een school zeggen dat iets een onredelijke aanpassing is?
     
  12. Zullen wij als ouders nog zelf kunnen kiezen of ons kind met een beperking naar het gewoon of buitengewoon onderwijs gaat?
     
  13. Wat als de school mijn kind met een beperking weigert? 
     
  14. Mijn kind zit lang op de bus om naar de school voor buitengewoon onderwijs te gaan. Zal dat opgelost worden?
     
  15. Vanaf wanneer zullen we de aanpassingen voelen?

 

 

  

 

Waarom moet mijn kind zoveel mogelijk in het gewoon onderwijs blijven?

Alle Belgische overheden hebben in 2009 het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd en moeten dat nu uitvoeren. Dat bepaalt dat mensen met een handicap – 10% van de bevolking – recht hebben om volwaardig aan de maatschappij deel te nemen, dus ook aan het onderwijs.

Het M-decreet is een eerste belangrijke stap. Het wil meer kinderen met een beperking een plaats in het gewoon onderwijs bieden. Ze krijgen het recht op redelijke aanpassingen om in een gewone school gewoon onderwijs te kunnen volgen. Redelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld het recht op laptops in de les, rekenmachines, langere toetstijden enz …

Bovendien neemt het aantal leerlingen dat niet meer mee kan in het gewoon onderwijs toe. In Vlaanderen zitten ongeveer 50 000 leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Bepaalde groepen van leerlingen zijn oververtegenwoordigd of belanden er te snel: leerlingen uit gezinnen met een lage sociale status, leerlingen met taalproblemen, zwakbegaafde leerlingen of leerlingen met leerstoornissen als dyslexie, dyscalculie, met gedragsproblemen …

Naar boven

  

 

Wat verandert er concreet?

Kinderen met beperkingen die dankzij redelijke aanpassingen het gewoon onderwijs kunnen volgen, krijgen nu het recht om zich in te schrijven in een gewone school. Redelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld laptops in de les, rekenmachines, langere toetstijden enz …

Leerlingen voor wie de aanpassingen om de gewone leerdoelen te halen, onredelijk zijn en die dus een individueel aangepast curriculum nodig hebben, kunnen zich inschrijven in een school voor buitengewoon onderwijs. Ze kunnen zich ook in een gewone school inschrijven, maar in dat geval moet de school met het CLB, de klassenraad en de ouders overleggen of een individueel aangepast curriculum mogelijk is. Vindt de school de aanpassingen die ze moet doen niet redelijk, dan kan ze de inschrijving weigeren.

Naar boven


Blijft het buitengewoon onderwijs bestaan?

Ja, maar het wordt de uitzondering. Zoveel mogelijk leerlingen moeten naar het gewoon onderwijs.

Er komen nieuwe definities voor enkele types.

Type 1 (leerlingen met een licht verstandelijke beperking), type 8 (leerlingen met ernstige leerstoornissen) en opleidingsvorm 3, type 1 (in het buitengewoon secundair onderwijs) worden geleidelijk afgebouwd en omgevormd tot het nieuwe type ‘basisaanbod’.

Leerlingen uit dat nieuwe type kunnen na een positieve evaluatie van de school en het CLB na verloop van tijd terug in het gewoon onderwijs instromen.

Er komt ook een nieuw type 9 voor kinderen met autisme die geen verstandelijke beperking hebben en niet in het gewoon onderwijs terecht kunnen.”

Naar boven

 

Zal mijn kind wel goed genoeg geholpen kunnen worden in het gewoon onderwijs?

Er zal voldoende ondersteuning zijn voor kinderen met een beperking. Alle middelen die op dit moment naar de 65.000 leerlingen met een beperking gaan in het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs, blijven behouden. Dat is bijna een tiende van het onderwijsbudget, ongeveer 880 miljoen euro.

Als er door het M-decreet minder leerlingen naar het buitengewoon onderwijs gaan, dan krijgt het gewoon onderwijs de vrijgekomen middelen. Er zal dus in de gewone scholen meer geld zijn voor ondersteunende leraren die uit het buitengewoon onderwijs komen en ervaring hebben.

Scholen schakelen ook zorgcoördinatoren, leerlingenbegeleiders en GOK-uren in om leerlingen met speciale noden te ondersteunen. Van de gewone leraren wordt verwacht dat zij in de les nog meer differentiëren.

Naar boven

 

Hoeveel leerlingen met een beperking zullen er bijkomen in de klas van mijn kind?

Dat is moeilijk in te schatten, want ze zullen niet allemaal op hetzelfde moment in het gewone onderwijs terecht komen. Maar stel dat alle 50.000 leerlingen uit het buitengewoon onderwijs plots naar een gewone school zouden gaan, dan is dat minder dan een leerling per klas.

Bovendien zullen vooral leerlingen van het huidige type 1 en type 8 in het gewoon onderwijs blijven en niet meer de overstap naar het buitengewoon onderwijs maken. Daar zal je dus weinig van merken.

 

Naar boven


Wordt het niveau niet lager als er kinderen met een beperking bijkomen? Zal de leraar nog wel aandacht kunnen hebben voor gewone kinderen?

Het gaat om een kleine groep leerlingen, 50.000 op een totaal van meer dan 1 miljoen. De toename van leerlingen met een beperking zal dus niet zo ingrijpend zijn. Op dit moment zijn er in een klas ook al grote verschillen op het vlak van talenten en mogelijkheden. Leraren moeten nu al differentiëren en zullen dat in de toekomst nog sterker moeten doen. De ervaring is trouwens dat maatregelen voor leerlingen met specifieke noden ook goed zijn voor alle leerlingen.

Naar boven

 

Kinderen met een beperking krijgen meer ondersteuning in een buitengewone school. Voelen ze zich daar niet beter en minder gefrustreerd?

Dat kan. Leraren, ouders, begeleiders moeten heel alert blijven voor frustraties. We zullen nog meer rekening moeten houden met de beleving van de leerlingen in het gewoon en buitengewoon onderwijs. Wat vinden ze zelf van hun onderwijssituatie, welke keuzes willen zij maken?

Er zijn eveneens voorbeelden van positieve ervaringen. De aanwezigheid van kinderen met een beperking in een klasgroep kan ook net zorgen voor meer samenhang, leerlingen leren zorg dragen voor mekaar, wat ook een belangrijke competentie is.

Naar boven

 

Krijgen leerlingen die een individueel leertraject volgen een A-attest??

Neen. Als de leerdoelstellingen aan de leerling zijn aangepast en hij een individueel aangepast curriculum volgt, krijgt hij op het einde van het jaar een ‘attest van verworven competenties’. Dat is geen A-attest, maar het kind mag wel mee met zijn klasgroep. Dat is nu al het geval voor leerlingen met een attest type 2 in het ION-project inclusief onderwijs). Nu wordt dat door het M-decreet uitgebreid naar de andere types.

Een kind met een beperking dat mits redelijke aanpassingen toch het gewone curriculum kan volgen, krijgt wel gewone attesten. Als dat kind compensatiemaatregelen krijgt die het in de les mag gebruiken, dan mag het die ook tijdens toetsen en evaluaties gebruiken. Ook dan blijft het aanspraak maken op gewone attesten.
 

Naar boven

 

Wat gebeurt er met het type 1 en type 8?

Die worden samengevoegd in het type ‘basisaanbod’. Wie nu al een attest voor het buitengewoon onderwijs type 1 of 8 heeft, kan dat behouden tot het einde van het onderwijsniveau waar de leerling is ingeschreven. Nieuw instromende leerlingen krijgen vanaf 1 januari 2015 het attest type basisaanbod. Om daarmee in het buitengewoon onderwijs terecht te kunnen, moet het CLB erkennen dat een gewone school het kind niet door redelijke aanpassingen kan opvangen.

Nieuw is ook dat wie het attest type basisaanbod krijgt en naar het buitengewoon onderwijs gaat, elke twee jaar (in het basisonderwijs) en op het einde van de opleidingsfase (in het secundair onderwijs) moet herbekijken of hij niet mits redelijke aanpassingen naar het gewoon onderwijs kan gaan.

Naar boven

 

Hoe gebeurt de doorverwijzing van een gewone naar een buitengewone school?

Er komen nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs. Zo zal een gewone school bij de doorverwijzing naar een school voor buitengewoon onderwijs moeten aantonen dat ze in samenwerking met het CLB wel degelijk maatregelen heeft genomen (bijvoorbeeld sticordimaatregelen), en dat ze een zorgtraject heeft doorlopen. Een doorverwijzing puur op basis van sociaal-economische of socio-culturele achtergrondkenmerken zal niet meer kunnen.

Met uitzondering van het type basisaanbod, blijven er voor de andere types medische criteria waaraan een leerling moet voldoen vooraleer hij naar dat type kan worden doorverwezen.

Naar boven


Wanneer mag een school zeggen dat iets een onredelijke aanpassing is?

De criteria daarvoor staan in het protocol over redelijke aanpassingen dat de Belgische overheden hebben afgesloten. De impact op de school moet te dragen zijn, zowel organisatorisch als financieel. Als er een grote aanpassing moet gebeuren, die slechts eenmalig bruikbaar is, zal ze sneller onredelijk zijn.

De bedoeling is vooral dat scholen voor een leerling op zoek gaan naar aanpassingen die redelijk zijn en niet meteen op zoek gaan naar redenen om onredelijkheid aan te tonen.

Naar boven


Zullen wij als ouders nog zelf kunnen kiezen of ons kind met een beperking naar het gewoon of buitengewoon onderwijs gaat?

Om een kind in te schrijven in een school voor buitengewoon onderwijs blijft een verslag van het CLB een voorwaarde. Als dat het geval is, kunnen de ouders hun kind inschrijven in een school voor buitengewoon onderwijs.

Ze kunnen er ook voor kiezen om hun kind in het gewoon onderwijs naar school te laten gaan. De school moet dan met de ouders, de klassenraad en het CLB overleggen over de studievoortgang op basis van het individueel curriculum. Zijn de aanpassingen die de school daarvoor moet doen onredelijk, dan kan ze de inschrijving weigeren.

Naar boven


Wat als de school mijn kind met een beperking weigert?

De ervaring leert dat het vaak lang duurt vooraleer ouders een gewone school vinden die hun kind met een beperking wil inschrijven. Scholen die dat niet doen, moeten een weigeringsattest aan de ouders bezorgen. Dat gebeurt echter niet altijd en ouders worden dan doorverwezen naar scholen die wel inspanningen leveren. Ouders zouden weigeringsattesten moeten opeisen, want scholen mogen niet zomaar leerlingen weigeren. Ouders hebben ook het recht om een klacht in te dienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten, als ze het niet eens zijn met de weigering.

Al kunnen ouders een juridische strijd betervermijden. Je benadert het probleem best positief. Het draagvlak voor inclusief onderwijs moet vergroten, zodat scholen kinderen met een beperking sneller kunnen inschrijven in de school van hun keuze. Daarom zullen we vanuit de overheid goed communiceren, sensibiliseren, monitoren en ondersteunen.

Naar boven


Mijn kind zit lang op de bus om naar de school voor buitengewoon onderwijs te gaan. Zal dat opgelost worden?

Wanneer leerlingen met een beperking meer in gewone scholen terecht kunnen zal de druk op het leerlingenvervoer verminderen. Maar er zullen altijd leerlingen blijven die nood hebben aan een aparte onderwijssetting. Voor hen mag het vervoer geen obstakel zijn.

Een goede spreiding van het onderwijsaanbod buitengewoon onderwijs is een belangrijke voorwaarde. Alle scholen die nu enkel type 1 of type 8 aanbieden, moeten vanaf september 2015 het type basisaanbod aanbieden, zodat zowel leerlingen van het huidige type 1 als van het type 8 er zullen terechtkunnen. Door de invoering van type 9 (autisme), zal het aanbod voor die leerlingen ook veel overzichtelijker worden.

Naar boven

 

Vanaf wanneer zullen we de aanpassingen voelen?

Op 1 september 2015 start het eerste schooljaar waarop het M-decreet van toepassing is.

De voorbereidingen daarvoor beginnen al op 1 januari 2015. Vanaf dan moeten de CLB’s op de nieuwe manier beginnen werken, voornamelijk wanneer ze de nieuwe verslagen voor buitengewoon onderwijs en GON opmaken. Scholen moeten dan ook de redelijke aanpassingen overwegen die voor hen haalbaar zijn. En de attestering voor het nieuwe type 9, autisme, start dan ook.

Naar boven

Faq categorie: