Rechten, plichten en bevoegdheden van de schoolraad

Wijziging vanaf 1 september 2014:

De verplichte adviesbevoegdheid van de schoolraad wordt afgeschaft.

De schoolraad heeft voortaan overlegbevoegdheid over alle materies zoals vermeld onder 5.4.4.

De manier waarop de schoolraad zijn communicatie- en informatieplicht over de eigen werking zal realiseren, moet worden opgenomen in het huishoudelijk reglement.

De schoolraad heeft recht op een gemotiveerd antwoord van het schoolbestuur op zijn advies op eigen initiatief binnen 30 kalenderdagen.

 

Recht op informatie

Om hun participatierechten volop te kunnen uitoefenen, moeten de leden van de schoolraad over voldoende informatie beschikken. Daarom hebben zij een algemeen informatierecht ten aanzien van het schoolbestuur (inrichtende macht) en de directeur.

Het informatierecht van de schoolraad betreft die aangelegenheden waarover de raad zijn advies- en overlegrechten uitoefent (zie 5.4.3 en 5.4.4).

Het recht op informatie kan én mag niet worden uitgeoefend ten aanzien van:

- vragen die kennelijk onredelijk zijn;

- aanvragen met betrekking tot documenten die niet af of onvolledig zijn;

- gegevens die via een decreet of wet onder de geheimhoudingsverplichting vallen;

- informatie van persoonlijke aard, tenzij de betrokkene ermee akkoord gaat;

- documenten met betrekking tot een strafsanctie, een administratieve sanctie of een tuchtmaatregel;

- documenten die gegevens bevatten die door derden werden verstrekt, op voorwaarde dat ze vertrouwelijk blijven.

 

Communicatie- en informatieplicht van de schoolraad

De schoolraad heeft zelf ook een communicatie- en informatieplicht over zijn werking. De schoolraad moet personeelsleden, leerlingen en ouders regelmatig informeren over zijn activiteiten, zijn standpunten en de manier waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent. De manier waarop de schoolraad deze communicatie- en informatieplicht zal realiseren, moet worden opgenomen in het huishoudelijk reglement (zie 5.5).

 

Adviesbevoegdheid op eigen initiatief

De schoolraad kan aan het schoolbestuur op eigen initiatief een schriftelijk advies uitbrengen over alle aangelegenheden waarover de schoolraad overlegbevoegdheid heeft (zie 5.4.4).

Het schoolbestuur geeft na ontvangst van dit advies binnen 30 kalenderdagen een gemotiveerd antwoord aan de schoolraad.

 

Overlegbevoegdheid

Het schoolbestuur (inrichtende macht) informeert de schoolraad tijdig over de geplande beslissingen die voor overleg aan de schoolraad zullen worden voorgelegd. Op basis van deze informatie bepaalt de schoolraad bij het begin van het schooljaar zijn overlegagenda. Als daar in de loop van het schooljaar een beslissing aan wordt toegevoegd, komt die ook in aanmerking voor overleg.

Als een overleg niet plaats vindt binnen een termijn van 21 kalenderdagen - met ingang op de dag nadat een geplande beslissing voor overleg wordt voorgelegd - wordt verondersteld dat het overleg heeft plaats gevonden. Een schoolraad kan ook afzien van zijn recht op overleg.

Het overleg vindt plaats in een gezamenlijke vergadering van het schoolbestuur of zijn gemandateerde en de schoolraad, en mondt uit in een verslag waarin alle standpunten worden opgenomen. Het schoolbestuur of zijn gemandateerde neemt een gemotiveerde eindbeslissing na het overleg (of na de onderhandeling) en brengt de schoolraad op de hoogte van deze beslissing. Als er na het overleg in de schoolraad nog een syndicaal overleg plaats vindt, zal de beslissing en de terugkoppeling ervan aan de schoolraad pas kunnen gebeuren na afronding van dat syndicaal overleg.

De overlegbevoegdheid is van toepassing op materies met een reële impact op het dagdagelijkse leven in de school. Een effectief debat, waarbinnen de geponeerde voorstellen kunnen worden bijgeschaafd, is m.a.w. opportuun.

Het schoolbestuur (inrichtende macht) of zijn gemandateerde legt daarom elk onderwerp van beslissing voor overleg aan de schoolraad voor als het betrekking heeft op:

 de bepaling van het profiel van de directeur;

 

- het studieaanbod;

- het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere schoolbesturen en met externe instanties;

- de opstapplaatsen en de busbegeleiding in het kader van het vervoer dat het schoolbestuur aanbiedt;

- de vaststelling van het nascholingsbeleid;

- het beleid met betrekking tot experimenten en projecten;

- het opstellen of wijzigen van het schoolreglement, het schoolwerkplan in het basisonderwijs en het beleidsplan of het beleidscontract dat de samenwerking tissen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) regelt;

- de infrastructuurwerken waarvan de kosten op 75.000 euro of meer worden geraamd (goedkopere ramingen of werken met een dringend karakter als gevolg van niet te voorziene gebeurtenissen moeten m.a.w. niet verplicht worden overlegd met de schoolraad);

- de vaststelling van de criteria voor de aanwending van lestijden, uren, uren-leraar en punten;

- het welzijns-, veiligheids- en gezondheidsbeleid van de school t.a.v. de leerlingen, met inbegrip van het in eigen beheer of door derden verstrekken van gezonde en evenwichtige schoolmaaltijden; de bevoegdheid van de schoolraad op het vlak van het welzijns- en veiligheidsbeleid raakt niet aan de bevoegdheid van het comité voor welzijn op het werk, maar moet eerder gezien worden als complementair;

- het beleid met betrekking tot interne kwaliteitszorg, met inbegrip van de bespreking van de resultaten van de schooldoorlichting;

- het GOK-beleid in het secundair onderwijs.

 

Bron: Omzendbrief Lokale participatieregeling in het basis- en sec, 16.05.2014undair onderwijs